LANDELIJK STEUNPUNT VROUWEN 
EN DE BIJSTAND

Bijstandsvrouwen worden aangeduid als vrouwen die voor hun politieke en sociale rechten opkomen, of als moeders die strijd voeren om hun kinderen een beter leven te bieden.

In werkelijkheid is het niet óf maar én.

 

Geschiedenis

Vrouwen in de Bijstand organiseren zich

Als de bijstandswet in 1965 als sluitstuk van het Sociaal Zekerheidsstelsel in werking treedt, betekent het op dat moment een verbetering ten opzichte van de Armenwet. Iedere inwoner van Nederland die geen andere bron van inkomsten heeft, heeft dan recht om van deze wet gebruik te maken. Eindelijk een recht op inkomen, ook voor gescheiden en verlaten vrouwen. Maar hoe mooi dit recht op een uitkering ook klinkt, de vernederende positie van afhankelijkheid en armoede bleef. Zoals op zoveel andere gebieden al was gebeurd, namen ook wat dit betreft vrouwen hun lot in eigen handen.

De geschiedenis van het Landelijk Steunpunt Vrouwen en de Bijstand is de geschiedenis van een vrouwenemancipatiebeweging die in 1978 begint. Vrouwen met een bijstandsuitkering eisen aandacht voor hun specifieke positie in de maatschappij en stellen eisen aan het bijstandsbestaan van henzelf en van hun kinderen. De eerste plaatselijke comités vrouwen in de bijstand worden in 1978 en 1979 opgericht.
Vooral de cliëntonvriendelijkheid - met name de vrouwonvriendelijkheid - is de reden dat de comités naast opvang en het uitwisselen van ervaringen, ertoe overgaan zich te verdiepen in regelgeving. Het recht op bijvoorbeeld een zelfstandige uitkering.
Bij gebrek aan goede informatie, maken vrouwen zelf voorlichtingsmateriaal. De reactie op dit voorlichtingsmateriaal, dat landelijk via de sociale advocatuur, vrouwen organisaties, sociale diensten, Fiombureaus en andere maatschappelijke instellingen wordt verspreid, is enorm. Binnen korte tijd ontstaat er een landelijk netwerk van comités, die elkaar met behulp van moeizaam verkregen subsidietjes ontmoeten op een centrale plek. Gezamenlijk worden er veel acties bedacht en uitgevoerd. De sociaal economische positie van bijstandsvrouwen is daarbij steeds het uitgangspunt.

In 1982 stellen de bijstandsvrouwen de eis: 400,- per maand erbij. Zij eisen dat maatschappelijke arbeid die zij verrichten betaald dient te worden. Tegelijkertijd tonen zij aan dat het minimumloon waaraan de uitkeringen gekoppeld zijn te laag zijn. De maatschappelijke en politieke tegenstand komt op dat moment pas goed aan de oppervlakte. Als vrouw zonder inkomen uit betaalde arbeid kan je geen inkomenseis stellen, was de mening.

Om de eisen van de bijstandsvrouwen kracht bij te zetten wordt januari 1983 uitgeroepen tot actiemaand. Sindsdien zijn de bijstandsvrouwen als nieuwe groep op het maatschappelijke en politieke toneel, maar ook individueel een geliefd onderzoeks- en scriptieonderwerp voor studenten aan universiteiten, hbo’ers en mbo’ers. "Als dagen achtereen zingende, schreeuwende en roepende bijstandsvrouwen ijs gooien voor de deur van een Gemeente Energie Bedrijf, nieuwjaarsrecepties verstoren, kortom de meest uiteenlopeende acties voeren, en dit alles bovendien groot in de pers komt, is er reden dat te onderzoeken." (Begin van de inleiding van het boek (n.a.v. een onderzoek aan de UvA) uit 1985 ‘Zielig zijn we niet – Het politieke verzet van bijstandsvrouwen’)

Het Landelijk Steunpunt
Activiteiten veranderen

De vrouwen die actief zijn in de plaatselijke comités krijgen steeds meer de behoefte aan een centrale plek. In 1983 komt er subsidie van WVC en kan er een landelijk steunpunt van start gaan. De feestelijke opening van het kantoor van het ‘Landelijk Steunpunt Komitees Vrouwen in de Bijstand’ vindt op 14 januari 1984 plaats.

De media weten het Landelijk Steunpunt goed te vinden. Niet alleen de kranten en tijdschriften besteden aandacht aan de positie van bijstandsvrouwen en de armoede, die niet alleen bij de overheid nog in alle toonaarden wordt ontkend. De televisie met de vele discussieprogramma’s nodigen bijstandsvrouwen uit. Helaas gebeurde het maar al te vaak dat de voor de programmamaker onwelgevallige, maar voor de (bijstands)vrouwen relevante delen er uitgeknipt werden.

Maar de toenemende armoede onder vrouwen begint door te dringen. De term ‘feminisering van de armoede’ doet zijn intrede. In de verzorgingsstaat staat het idee centraal dat mensen voor de wet gelijk zijn. Vrouwen zijn echter nog steeds geen volwaardige staatsburgers. ‘Sociale rechten’, zoals een eigen inkomen, deelname aan alle soorten onderwijs en culturele ontplooiing zijn voor vrouwen minder goed te bereiken dan voor mannen.

De omslag in politieke strategie komt in 1987. In plaats van ‘Den Haag te volgen’ wordt Den Haag geïnformeerd over oorzaken van armoede onder vrouwen. De missstanden moeten bij de wortel worden aangepakt. De wetgeving waardoor vrouwen in een afhankelijkssituatie terecht komen en de beeldvorming die van vrouwen is ontstaan, moeten worden veranderd of zelfs afgeschaft. In alle activiteiten komt het individu centraal te staan. Een individu hoort niet bij wet afhankelijk te zijn van een relatie.

Zeker binnen de kerken blijkt het taboe op scheiding nog te bestaan. Een groep kerkvrouwen ontdekt de bijstandsvrouw en gaat zich bezig houden met de situatie van bijstandsvrouwen in de kerk. Het Landelijk Steunpunt is aanvankelijk sceptisch wat betreft het omarmen van de armen en voorziet een kerkelijk tintje en een afname van politieke acties. In gesprekken over bondgenootschap met de organisatie Kerkvrouwen-Bijstandsvrouwen wordt afgesproken dat activiteiten altijd in overleg zullen gaan met het Landelijk Steunpunt, dit om de ‘neutraliteit’ en de eigen kracht van bijstandsvrouwen te waarborgen.

Er vinden conferenties van de Raad van Kerken plaats: ‘Arme Kant van Nederland’, maar de feminisering van de armoede en de oorzaken ervan raken er buiten beeld. De organisatie Kerkvrouwen-Bijstandsvrouwen wordt in 1995 EVA. Deze vrouwen doen zeer hun best, maar worden uiteindelijk ingelijfd bij de Arme Kant van Nederland. Sommige comités vrouwen en de bijstand die door Kerkvrouwen-Bijstandsvrouwen ‘bestuurd’ werden, hernoemen zich tot EVA-groep. Helaas zijn zij met deze naam onherkenbaar wat betreft de oorsprong: de beweging van Bijstandsvrouwen.

Bondgenootschap wordt ook gevonden bij vele vrouwenorganisaties die zich in koepelorganisaties hebben verenigd. Het ontkennen van de waarde van zorg en opvoeding wordt door het Landelijk Steunpunt steeds weer in allerlei organisaties en politieke partijen aan de orde gesteld. Het resultaat is een heroriëntatie op de betekenis van onbetaalde zorg en de gevolgen voor vooral vrouwen.

  home